Het is moeilijk te zien op de oude foto, maar deze marmeren Aphrodite heeft een tinnen rokje aan. Want die ranke, witte benen in sierlijke contraposto waren te bloot volgens 19de-eeuwse preutse normen. Niet haar gespierde bovenlijf met de pronte borsten, daar leek niemand van te blozen... Dit beeld uit het Vaticaans Museum is een Romeinse kopie van de Aphrodite van Knidos (ca. 400 voor Christus) die gemaakt werd door de Griekse beeldhouwer Praxiteles. Zijn sculptuur van de naakte godin was een ware sensatie en trok kijklustigen aan vanuit alle uithoeken van het land. Een volledig naakte godin, dat hadden ze nog niet eerder gezien! Er werd over haar geschreven, er werden kopieën van haar gemaakt en de stad Knidos liet zelfs een munt slaan waarop ze in vol ornaat stond te schitteren. Tweeduizend jaar later bleek het publiek niet zo open minded en moest ze plots haar benen bedekken. Gelukkig werd deze Aphrodite in 1932 verlost van haar tinnen rok.
*
*
*
#museumteksten #aphrodite #kunstweetjes #artfacts #vaticanmuseum
Deze Moederdag moest ik denken aan dit schilderij. En dan in het bijzonder aan de jonge vrouw op dit portret. Moeder met kind denk je misschien? Toch niet… Elisabeth Ancel kreeg op haar 26ste de eervolle aanstelling als allereerste min van niemand minder dan Lodewijk XIV, de toekomstige Zonnekoning. Binnen aristocratische kringen was een voedster gebruikelijk. Zo kon de koningin sneller zwanger worden. En hoe meer nageslacht hoe beter... Elisabeth lijkt hier te schitteren in haar glanzende jurk, afgezet met kostbaar kant. Toch heb ik met haar te doen. Ze mocht dan wel de langverwachte eerstgeboren zoon van Lodewijk de XIIIe en Anna van Oostenrijk de borst geven, daarvoor liet de kersverse moeder wel haar eigen twee maanden oude dochtertje in de steek. Bovendien was kleine Lodewijk geen gemakkelijke baby aan de borst. Zeven voedsters zou hij in totaal ‘verslinden’. Letterlijk haast: baby Lodewijk werd geboren met twee tandjes waarmee hij zo hard zoog dat de tepels er zogezegd vanaf vielen… In december, nog maar drie maanden na haar start, hield Elisabeth het niet langer vol en nam ze ontslag.
#artfacts #kunstweetjes #verhalenachterdekunstwerken #museumteksten #kunst #musea #versailles #breastfeedingart
Het geluk lachte Egon Schiele toe in het najaar van 1918: de Eerste Wereldoorlog liep ten einde en sinds een jaar kon hij zich eindelijk weer focussen op zijn kunst. Hij had net geproefd van zijn eerste succesvolle tentoonstelling waar hij effectief werk had verkocht. Als kers op de taart was zijn vrouw Edith zes maanden zwanger. Die vooruitzichten moeten toch zeker een glimlach getoverd hebben op het gezicht van de humeurige kunstenaar die we zelden vrolijk zien kijken op zijn zelfportretten. ‘Het gezin’ (1917/1918) is Schieles droombeeld van dat gelukkige gezinsleven, een portret van Edith, hemzelf en hun ongeboren kind. Maar het doek bleef onvoltooid.
Dat najaar raasde de Spaanse Griep door Europa en maakte 20 miljoen slachtoffers op haar weg. Ook Wenen werd niet gespaard en de zwangere Edith werd eerst ziek. Op haar ziekbed maakte Schiele nog enkele indrukwekkende schetsen van haar. Ze overleed op 28 oktober en drie dagen later bezweek de 28-jarige Schiele aan het dodelijke virus.
*
*
*
#museumteksten #kunstweetjes
#kunstencultuur
Kunst in quarantaine tijden • In 1347 kwam de pest ‘per schip’ aan op Sicilië. In de jaren die volgden zou de builenpest fataal worden voor 1/3e van de bevolking op het Europese vasteland. Venetië verloor zelfs 60% van haar inwoners. Maar daar stopte de infectieziekte niet. De eeuwen die volgden, bleef de pest opflakkeren, met desastreuze gevolgen die telkens vroegen om ‘draconische maatregelen’, een term die we de laatste weken jammer genoeg ook zagen opduiken. Een van die maatregelen is je intussen wel vertrouwd: quarantaine.
De Vlaamse schilder Antoon van Dyck maakte het van dichtbij mee. Hij was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats: midden in Palermo toen de stad in quarantaine werd geplaatst tijdens een uitbraak van de pest in 1624. De stad verloor het grootste deel van haar inwoners (10.000) en Van Dyck maakte het van dichtbij mee. Het moet een angstaanjagende ervaring zijn geweest, niet te vergelijken met onze ‘luxe’ quarantaine van vandaag. Maar zonder die ervaring, zou dit indrukwekkende werk van de 12de-eeuwse heilige Rosalie die de pest overwint nooit hebben bestaan. De schilder blies de vergeten heilige nieuw leven in, en maakte van haar een heldin, de perfecte beschermheilige tegen de pest. Onder het schilderij gaat trouwens een geschetst zelfportret schuil van de kunstenaar. Van Dyck zal wel blij zijn geweest met de opdracht, een welkome afwisseling van altijd maar zelfportretten tekenen in quarantaine tijd.
#museumteksten #stayhome #kunstweetjes #artfacts
Een ambitieuze partner die zijn (of haar) carrière boven alles stelt, ook boven het gezinsleven, daar moet je mee kunnen leven. Tadeusz de Lempicki, de man op dit portret, zou dat zonder aarzelen beamen als je het hem zou vragen. Hij was in 1916, midden in oorlogstijd en terwijl de Russische revolutie broeide, getrouwd met Tamara Gorska (1898-1980), bekend geworden als Tamara de Lempicka. De Eerste Wereldoorlog bracht hen in 1918 naar Parijs. De schilderkunst werd haar uitlaatklep in deze nieuwe omgeving, maar al snel ook het voornaamste inkomen voor haar gevluchte gezin.
Tamara werd gedreven door een onstilbare drang om kunst te maken. Ze kon dagen- of zelfs wekenlang onafgebroken aan het werk zijn. Zonder naar haar gezin om te kijken… Ook had ze een onverzadigbare nood aan aandacht en een grote appetijt voor andere mannen (en vrouwen). Tamara en haar kunst bleven niet lang onopgemerkt in het Parijs van de jaren twintig. Tadeusz kon het steeds moeilijker verdragen dat alles om Tamara en haar kunst draaide. Er zat altijd wel een kunstcriticus aan tafel, een kunstenaar of een mecenas. Ze bracht amper nog tijd door met hem en hun dochter. Toen Tadeusz haar daar attent op maakte, besloot ze zijn portret te schilderen; haar idee van ‘quality time’...
Maar de brokken vielen niet meer te lijmen. In 1927 moest Tadeusz naar Warschau voor zijn werk waar hij Irena Speiss ontmoette en hij besloot Tamara voor haar te verlaten. Als wraak maakte Tamara het portret nooit af: de linkerhand waar de trouwring aan moest komen, liet ze onvoltooid.
#museumteksten #kunstweetjes #storytelling #tamaradelempicka
Ik herinner me de laatste keer niet meer dat ik nog op natuurijs stond #climatechange… Maar in de 17de eeuw was dat wel anders. In het eerste kwart van die eeuw was het zelfs bijzonder koud, de Kleine Ijstijd noemen weerkundigen het nu. Hendrick Avercamp, zelf een fervent schaatser, zag een gat in de markt en maakte zijn specialiteit van de ‘Wintertjes’ die al snel razend populair werden. Op z’n Bruegels wemelt het op ’Winterlandschap met ijsvermaak’ (1608, Rijksmuseum) van de winterse activiteiten: sleetje rijden, schaatsen, ijshockey, uitglijden en weer opstaan. Avercamp hield ook wel van een schunnig mopje; als je goed kijkt, zie je ergens een plassend mannetje, een vrijend koppeltje en een paar blote billen. Avercamp schilderde de ‘wintertjes’ zo levensecht, dat je het vertier bijna denkt te horen. Het krassen van de schaatsen op het ijs, het gelach van de schaatsers, de pijnkreten van de mannen en vrouwen die uitglijden, het gekrijs van de kraaien in de lucht… Maar voor Avercamp speelde dit tafereel zich af in alle stilte. Al van zijn geboorte was hij doofstom. Tekenen en schilderen werden voor de jonge ‘Stomme van Kampen’ een uitlaatklep. #museumteksten #hendrickavercamp #rijksmuseum #kunstweetjes #kunstencultuur
Heimwee, dat zeurende gevoel ergens diep in je buik. Het overkomt de grootste ontdekkingsreizigers en de grootste kunstenaars. Zelfs avonturier Paul Gauguin. Na zijn dood werd dit schilderij teruggevonden in Gauguins studio in de Stille Zuidzee. Al is ‘studio’ wellicht een groot woord. Ik stel me meer een rieten hutje voor waar de schilderijen wanordelijk tegen elkaar gestapeld stonden.
Gauguin mixte in dit schilderij al zijn inspiratiebronnen door elkaar. ‘Kerstnacht’ speelt zich af op een winternacht in Bretagne. De kerktoren en de huisjes doen denken aan die van Pont-Aven, maar de klederdracht van de vrouwen is van een naburig dorp, Le Pouldu. Voor de ossen liet hij zich inspireren door de sculpturen van Egyptische tombes, terwijl de figuren in het altaar sterk doen denken aan foto’s uit Gauguins verzameling van een Javaans altaar.
Het schilderij wordt gedateerd rond 1902-03. Gauguin zou overlijden op 8 mei 1903. Ik zie de kunstenaar daar al zitten. Getekend door syfilis. Verguisd en vergeten door de kunstwereld. Overvallen door heimwee in zijn tropische hut op de Marquesaseilanden waar hij zijn laatste jaren doorbracht. Hij zet zich aan dit doek. Mijmerend over zijn tijd in Bretagne en over koude winters…
#museumteksten #artfacts #paulgauguin #kunstweetjes #kunstencultuur #musea
We kunnen ons moeilijk voorstellen dat deze onschuldige scene het publiek met stomheid sloeg toen het schilderij in 1862 voor het eerst getoond werd. Intussen staat het bovenaan de ranglijst als een van de eerste ‘moderne’ schilderijen uit de kunstgeschiedenis. Hoe wist het schilderij die plek te veroveren?
Manet schilderde hier een wekelijkse activiteit van de Parijzenaren: in het weekend verzamelden ze zich in de tuinen voor het Louvre om te luisteren naar een klassiek concert. In de mensenmassa kunnen we enkele bekende personages uit het Parijs van die tijd herkennen. Zo zijn onder andere de dichter Charles Baudelaire en de componist Jacques Offenbach van de partij. Manet gaf zichzelf ook een plek tussen zijn artistieke vrienden. Hij staat helemaal links en kijkt uit het doek. Misschien naar de muzikanten die zich op jouw plek bevinden. Manet speelt hier een eeuwenoud spelletje met je. Door dat trucje lijk je deel van het schilderij te zijn, maar toch ook weer niet.
Maar wat maakt het schilderij dan zo modern? Manet schilderde hier een scène uit het dagelijks leven met bestaande personen als hoofdpersonages. Dat was in zijn tijd absoluut not done. Zeker niet op een doek van dit formaat. De schilderkunst in Manets tijd werd gedomineerd door religieuze, mythologische of historische scènes. Met dit schilderij schopte Manet tegen de schenen van de heersende smaak.
Kijk je goed naar Manets doek, dan zie je hoe hij zich ook in de schilderstijl niet naar de traditie voegt. Realistisch en glad geschilderde schilderijen waren in de mode. Maar Manet ging juist heel schetsmatig en spontaan om met de verf, en gebruikte kleuraccenten om ruwweg de vormen aan te geven.
#museumteksten #kunstweetjes #artfacts #edouardmanet
Dit dramatische paneel met opeengepakte smoelen ging lange tijd door voor het laatste werk van Jheronimus Bosch.
Die toeschrijving lag ook voor de hand. Bosch stond immers bekend om zijn helse voorstellingen die juist het kwade van de mens in de verf zetten. En het is duidelijk dat de personages op dit schilderij Jezus niet goedgezind zijn. Je ziet een verzameling karikaturale, monsterlijke en beestachtige koppen. Ze zijn lelijk van binnen én van buiten. Alleen Christus en Veronica zien er menselijk uit. Jezus zie je in het midden, hij lijkt onverstoord en in zichzelf gekeerd. Veronica heeft zo pas zijn gezicht afgeveegd en houdt de doek omhoog. We krijgen spontaan medelijden met Jezus, dat hij in zo’n gezelschap moet verkeren. En dat was nu juist de bedoeling van dit schilderij: empathie bij je opwekken.
Je kunt trouwens geen beter schilderij vinden om de kunsthistorische term horror vacui mee te illustreren, ‘de angst voor de leegte’: de kunstenaar liet geen ruimte onbenut. Hij gebruikte twee diagonalen om de scène mee te ordenen. Jezus’ hoofd is het middelpunt van die twee lijnen.
Maar is het paneel nu echt van Bosch? In 2015 werden Bosch-fans helaas teleurgesteld. Na veel kijken, vergelijken en technisch onderzoek bleek toen dat het schilderij niet van de hand van Bosch is maar van een tijdgenoot of in het beste geval van een ateliermedewerker.
#museumteksten #mskgent #jheronimusbosch #artfacts #kunstweetjes
In de Hollandse 17de eeuw worden schilderijen niet meer uitsluitend op bestelling gemaakt, maar voor het eerst ook voor de vrije markt. Heel wat nieuwe genres zien het levenslicht zodat kunstenaars de markt beter kunnen bespelen. We kennen allemaal wel de (bloem)stillevens, portretten, genretaferelen en landschappen. Maar wie kent ook de ‘bosgrondjes’? De in Nijmegen geboren schilder Otto Marseus van Schrieck (ca. 1619-1678), bijgenaamd de ‘snuffelaar’, had volgens zijn tijdgenoten en echtgenote een buitengewone interesse voor vreemd gekleurde of gespikkelde slangen, hagedissen, rupsen, spinnen, insecten, vreemde gewassen en kruiden.
Hij bestudeerde de planten en dieren zo goed en wist ze zo levensecht af te beelden, dat ze tot op de dag van vandaag geïdentificeerd kunnen worden. Maar hoe levensecht de scènes ook zijn, het blijven wel zorgvuldig uitgekiende composities waarmee Van Schrieck vooral zijn technisch kunnen in de verf zette. De anekdotiek is verzonnen en dieren of planten komen voor op plekken of in combinaties die je in de natuur nooit zal tegenkomen. Zo leven natuurlijke vijanden hier dicht bij elkaar en staan giftige paddenstoelen naast eetbare. Ooit al eens een slang gezien die op een mot jaagt?
#museumteksten #kunstweetjes #artfacts
Je ziet het zo voor je: de 72-jarige Henri Matisse weet nog niet zo lang dat hij kanker heeft. De dokter geeft hem op een gegeven moment zelfs nog maar zes maanden te leven. In 1942, midden in de oorlogsjaren, wandelt hij voorbij een antiquair en ziet er deze bijzondere stoel staan. ‘Pluk de dag’ is zijn motto geworden en hij hoeft dan ook geen twee keer na te denken: hij moet die stoel gewoon hebben. De stoel is wellicht 19de-eeuws en in Venetië gemaakt. Matisse was compleet gefascineerd door de vorm ervan: de rugleuning en de zitting kregen de vorm van een schelp.
De kunstenaar verzamelde al jarenlang de meest uiteenlopende objecten; vazen, koffiekannen, bijzettafels, sculpturen en dus ook stoelen. Matisse beschouwde ze als acteurs. ‘Een goede acteur kan een rol hebben in tien verschillende toneelstukken; een object kan een rol spelen in tien verschillende schilderijen.’ De rocaillestoel werd de hoofdrolspeler of figurant in heel wat van Matisses doeken en tekeningen, zoals dit schilderij ‘Rocaille stoel’ uit 1946. De wervelende vormen van de stoel en de bijzondere armleuningen bleven de kunstenaar en zijn penseelstreken uitdagen en inspireren.
#henrimatisse #museumteksten #kunstweetjes