Vandaag werd ik 35 jaar. En hoewel we dit 2 dagen lang gevierd hebben met (bijna) al mijn dierbaren.
Was dit ook een beladen dag voor mij. Een ‘eerste’ keer jarig na alles. Is dit dan een afgevinkt jaar? Heb ik dan nu nog maar één jaar in mijn allerslechtste scenario? Ging er door mijn hoofd. Ben ik nu een jaar dichterbij resistentie?
Geen idee. Niemand weet het. Vandaag is gewoon vandaag. En vandaag was ik jarig en heb ik gehuild, gelachen en geknuffeld en heel veel taart gegeten. ❤️ Dankbaar voor iedereen die me lief heeft.
een ode aan moeders.
Vorig jaar toen we in het ziekenhuis waren zei ik tegen Sander. “Nog even niks tegen mijn moeder zeggen”. “Ik wil niet dat ze zich zorgen maakt”. We appen haar straks wel, als we weer thuis zijn. Maar kort erna moest ik haar bellen met het nieuws. Sander deed het woord. Ik kon het niet. Wetende wat het met haar zou doen.
Nadat hij het vertelde vroeg ik of ik alsjeblieft de telefoon mocht. Ik herinner me goed dat ik haar hoorde huilen in totale paniek. “Mam” zei ik resoluut. “Mam, ik ga niet dood, hoor je me?”. “Ik ga niet dood”. En ik meende het. Ze zei “oke”. Wetende dat ik dat wilde horen. Wetende dat de meeste mensen in NL sterven aan longkanker. En direct erna zei ze: ‘ik kom eraan’. ❤️
‘Je ziet er zo goed uit’. ‘Krijg je geen chemo?’. ’Hoe kan het dat je uitbehandeld bent?’. ‘Gebruik je wel zwartezaadolie?’ Dit is mijn leven met kanker en een korte uitleg. Vragen stellen mag altijd 💕
#levenmetkanker #aya #alkpositivelungcancer #moeder
Opgekruld in het peuterbed van Morris vertel ik hem ‘het verhaaltje van de dag’. We concluderen op het einde dat het “een leuke dingen dag was”. Een term die hij kent van zijn favoriete theatershow. We zingen samen heel zachtjes het liedje. Ik fluister hem dat hij moet gaan slapen en dat ik van hem hou. Hij knipoogt naar me en zegt heel zachtjes ‘hou van jou’ terug. Ik voel de tranen opkomen en probeer ze weg te slikken maar hij heeft het door. Hij trekt een gek gezicht om me aan het lachen te maken en pakt mijn arm vast. ‘Niet weggaan mama’. En ik vertel hem dat ik nog even blijf. Ik knuffel hem stevig. Bang om dit kwijt te raken, bang om er niet meer te zijn over een aantal jaar. Bang dat 10 jaar mijn best mogelijke scenario is. “Mama blijft nog even beloofd”. En beloofd is..
Hoestend zit ik op de vloer voor de oven met twee kinderen op en over me heen kruipend. Oliver trekt aan mijn haren terwijl hij probeert te staan en Morris zingt met luide stem Oli-fantje-innet-bosss.
Tegelijkertijd vraagt Sander aan mij: ‘Is deze hoest dan nu een ander gevoel dan toen? Dan toen je kanker had?’ Of, nou ja, je hebt het nog steeds, maar je begrijpt me toch? Toen je zo ziek was. Was dat een kriebel vanuit je longen en dit in je keel?
Laat-je-mama-toch-niet-los! zingt Morris verder. En ik voel Oliver die weer met zijn kleine vuistjes een hele bos haar uit mijn hoofd trekt. Ik probeer na te denken. Sander maalt koffiebonen en verwarmt de espressomachine. Alles om me heen maakt lawaai en ik voel me als een mier van een superkolonie. Ik zie mezelf zitten op die keukenvloer met kinderen die aan alle kanten aan me trekken en over me heen krioelen. En vraag me af wat ik er nog echt van weet. Die vreselijke tijd vorig jaar, dat ellendige hoesten.
Af en toe komt er een herinnering langs waaien en voel ik de eenzaamheid van het niet gehoord worden. Komt dit door de zwangerschap, wordt je brein hiervoor in bescherming genomen? Sander krijgt een halve beroerte als hij me weer hoort hoesten en de angst schiet hem in zijn buik. Ik proef dat ik nu een ontsteking heb, zeg ik snel. Maar het enige waaraan ik kan denken is vorig jaar. Die ellendige tijd waar ik me zo ziek voelde maar er niet zo uitzag. Thuis en op werk vertelde ik wel dat het allemaal te veel was. ‘Wat is het toch, ik word maar niet beter,’ zei ik dan. Maar iedereen zag mij maar doorgaan en doorgaan, want na een week rust werd het nog steeds niet beter. Ik hoor mezelf nog zeggen: ‘Ik kan niet meer, ik kan echt niet meer.’
Het lag niet aan de mensen om me heen, zij luisterden wel en ik koos niet de verkeerde woorden. Dus op die vloer voor de oven, waar we elkaar niet hoorden maar wel begrepen, besefte ik me des te meer. Wat een pech!